jonnerik.reismee.nl

Tiroler Feuerwehr, Dikheads & het Edelweiss Bedrog

Het Hemelvaartweekend begon met een teleurstelling voor vier. Vrienden zouden ons komen bezoeken voor het lange weekend en samen zouden we de omgeving gaan verkennen. Op woensdagavond vertrokken ze uit Nederland, maar na nog geen half uur op de snelweg begaf de auto het en moesten ze rechtsomkeert maken. Balen! Ondanks de teleurstelling moesten we snel een alternatieve invulling voor het weekend verzinnen. We besloten last-minute een vakantiehuisje te boeken in Jerzens, Oostenrijk.

In theorie is Jerzens, gelegen in het Pitzdal in het Oostenrijkse Tirol, maar 3 uur rijden vanuit Möggingen. We hadden via booking.com aangegeven tussen 14:00 en 15:00 uur te arriveren dus vertrokken we rond 11:00 uur, nadat we op het gemak wat spulletjes hadden ingepakt. Helaas had het mooie weer nogal wat recreatieverkeer op gang gebracht en speelde meerdere wegwerkzaamheden ons parten. De Stau verlengde onze tocht met nog eens twee uur en met een iets bezwaard gevoel arriveerden we ruim te laat bij het vakantiehuisje. Tot onze verbazing troffen we daar onze gastvrouw in lichte paniek. Ze bleek pas vlak voor onze aankomst te hebben gezien dat er een reservering was gemaakt en had nog niets schoongemaakt sinds het vertrek van de laatste gasten! We werden letterlijk in het zonnetje gezet met een Oostenrijks kühles blondes Bier en na tientallen excuses (wirklich kein Problem!) konden we het gastenverblijf in. Het bleek een prima onderkomen voor het weekend met vrij uitzicht op besneeuwde bergtoppen.

Het doel van dit geïmproviseerde weekend was om zoveel mogelijk tijd ‘op hoogte’ door te brengen. De sneeuwgrens lag op 2000 meter dus alles daarboven moest geschikt zijn voor dramatische landschappen en natuurlijk dieren als Alpensneeuwhoen, Sneeuwvink, Rotskruiper, Gems, Steenbok. Dat bleek al gauw een ambitieus doel te zijn: de meeste kabelbanen die je enigszins omhoog brengen zijn geopend tijdens de wintersportperiode en in de zomer, maar in het voorjaar gesloten voor onderhoud. De Gletscherstrasse en Bergbahn in het nabijgelegen Kaunerdal waren wel open, dus besloten we daar onze eerste ochtend vroeg heen te gaan. De wandeling die we daar maakten was pittiger dan de bedoeling was omdat we het officiële wandelpad niet konden vinden, maar een goede klauteroefening. De talrijke Alpenmarmotten floten ons toe of uit, maar lieten zich niet benaderen voor een foto. Vanaf de skipiste, waar het in de loop van de dag erg druk werd, bracht een kabelbaan ons naar ruim 3100 meter, waar we door de grote hoeveelheid sneeuw nog geen 20 meter konden lopen. De rode streep op de (schoongemaakte) grond die de grens tussen Oostenrijk en Italië markeerde was hier de belangrijkste attractie. Terug onderaan de skipiste vlogen twee Sneeuwvinken rond, uiteindelijk de enige ‘doelsoort’ die we in de kijker kregen.

’s Avonds gingen we uit eten in één van de drie restaurants die open waren in Jerzens. We kregen een tafeltje op het balkon, waar we de zon langzaam achter een bergtop konden zien verdwijnen. We bestelden allebei een schnitzel en kregen daarbij een lekker glas Edelweiss bier ingeschonken. Nou, dan weet je dat je in Oostenrijk bent! Het werd nog leuker toen we afleiding kregen van de lokale vrijwillige brandweer. Elk dorpje - hoe klein ook - heeft een Freiwillige Feuerwehr en dat wordt hier zeer serieus genomen. Op een groot kleed lag een veelvoud aan slangen en koppelstukken uitgespreid en zeer gedisciplineerd werd alles in sneltreinvaart over de straat uitgerold en gekoppeld. In eerste instantie dachten we dat het een standaard oefening was, maar langzaam maar zeker kregen we door dat er meer achter dit tafereel zat. Nadat dezelfde handeling 5 of 6 keer was geoefend en iemand met een schriftje aantekeningen kwam maken, werd duidelijk dat er serieus werd geoefend voor een wedstrijd tussen de verschillende afdelingen van de brandweer. Erg grappig om zoiets eens te bekijken!

Zaterdagochtend besloten we te wandelen richting de Muttekopf bij Hoch-Imst. De onderste van twee geschakelde kabelbanen bleek open en vanaf daar zijn we te voet verder geklommen naar de Muttekopfhütte. Het wandelpad liep door een fantastisch landschap langs een woeste beek die van de berg af kletterde. Het werd langzaam erg warm in de zon en er waren volop vlinders actief. We hadden ons voorgenomen te proberen vlinders te fotograferen en te determineren, omdat het soortenspectrum hier veel breder is dan in Nederland. Er zaten vooral veel dikkopjes, een familie kleine vlindertjes die wat op motten lijken. Ze bleven echter slecht zitten en werkten helemaal niet mee voor de foto, dus werden ze al gauw omgedoopt tot dikheads, niet te verwarren met een Engels scheldwoord dat natuurlijk heel anders geschreven wordt.

Bij de Muttekopfhütte kregen we wat te drinken terwijl Alpenkauwen de composthoop plunderden. Vanuit de hut liepen we nog een stukje verder naar boven tot we door de sneeuw niet meer verder konden. Op deze hoogte begonnen net de eerste bloemen te bloeien en we hielden onze ogen open voor Edelweiss (“Is dit Edelweiss? Nee? En dit dan?”). Het was duidelijk dat we voor ons zoekbeeld even een plaatje hadden moeten bekijken vóór onze wandeling, want er bloeide niets dat in de verste verte op Edelweiss leek. Toch liepen we allebei al gauw rond met het liedje in ons hoofd dat Kapitein Von Trapp zingt in de Sound of Music en ik besloot dat ik de Duitse tekst eens op moest zoeken. Toen we weer Wifi-bereik hadden stond mij een onaangename openbaring te wachten: het blijkt helemaal geen Oostenrijks volksliedje te zijn. Sterker nog, het is speciaal voor de film geschreven! Wat een ontluistering. En ik maar denken… Nouja, het blijkt een geslaagde poging om een soort melancholie over het “pure” Oostenrijk neer te zetten. Weten we dat ook weer.

Toen we in de loop van de middag weer beneden in het dal aankwamen zijn we het hele Pitzdal uitgereden en hebben we pootje gebaad in het ijskoude smeltwater dat de bergen afstroomde. We hebben gegeten bij de pizzeria (één van de andere twee geopende restaurants in Jerzens) en hebben ’s avonds nog lekker bij het huisje gezeten, terwijl de temperatuur weer wat aangenamer werd. Onze gastvrouw kwam nog even afscheid nemen omdat we zondagochtend vroeg weg wilden en bood ons nog een glaasje gefermenteerde dennesap (borrel van de Alpenden) aan, gemaakt door haar moeder. Dat maakte onze tongen los genoeg om in gebroken Duits even gezellig te kletsen en daarna zijn we bijtijds in bed gedoken. Zondag zijn we weer richting Möggingen gereden en na een paar geplande tussenstops en de nodige file kwamen we daar halverwege de middag aan. Met een duik in de Mindelsee sloten we het heerlijke Hemelvaartweekend af. Helemaal niet verkeerd om zo dicht bij de Alpen te wonen!

Erik

Reacties

Reacties

Francisca

Klinkt als een heerlijk weekend. Hier hebben we genoten van prachtig zomerweer en van onze mooie Biesbosch. Op naar het volgende lange weekend ;-)

Sandra

Wat een mooie invulling van het lange weekend! :)

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!